Al voor het moment dat we allemaal wakker worden zijn we in Miami. Tijdens het ontbijt hebben we dan ook al een mooi uitzicht op de skyline. Omdat we ervoor gekozen hebben om zelf met de koffers van het schip af te gaan, en de koffers dus niet aan Carnival te overhandigen om ze later op de kade uit een grote hoop van ongeveer 3000 koffers te moeten halen, zijn we al voor achten terug op het vasteland. Alles bij de terminal is strak georganiseerd, dus ook een taxivan die geschikt is voor 5 personen en bijbehorende bagage. De dame die dit regelt wil ik een fooi geven, maar daar wil ze niks van weten. Just give it to him, zegt ze, wijzende op de taxichauffeur. Oké, zoals u wenst.
Onze taxichauffeur is een aardige man die zo’n 25 jaar geleden vanuit Haïti naar de VS is gekomen. Al direct begint hij over het feit dat er tegenwoordig zoveel immigranten zijn die niet eens de moeite nemen om de Engelse taal te leren. Iedereen spreekt tegenwoordig alleen nog maar Spaans. Het adres waar hij ons naar toe brengt ligt aan Collins Avenue op Miami Beach, de dichtstbijzijnde verhuurplek van National rent A car, de maatschappij waar we voor $108 gedurende twee weken een auto hebben gehuurd. Gisteren heb ik nog geprobeerd om telefonisch te regelen dat we de auto zouden oppikken op Miami Airport in plaats van op Miami Beach, maar dat zou de prijs gewijzigd hebben in meer dan $2000……. De $108 boeking betreft dan ook een internetfout van National – dagprijs gerekend ipv weekprijs -, maar ze hebben aangegeven de reservering toch gestand te doen. En dus worden wij, een taxifare en dikke tip later, gedropt bij de National verhuurbalie. Er wordt weer van alles geprobeerd – upgrade, extra verzekeringen, extra bestuurder etc.- maar we trappen nergens in. Helaas hebben ze in onze categorie (Standard SUV) slechts één auto beschikbaar: een GMC Terrain. Ik haal de auto op in de parkeergarage en zie al direct dat ie niet echt goed is schoon gemaakt en dat er – in tegenstelling tot hetgeen de balieman zei – niet een kwart tank maar slechts enkele liters in zitten.

Ik rijd de auto voor en we starten met het proppen van de koffers. Dat gaat dus echt maar net. Met de achterbank in de voorste stand en een geduw en geprop van heb ik me niet gezien, kan alles net dicht. Dit bespoedigt het in de praktijk brengen van het idee dat ik net kreeg: onze route gaat van hier naar de Tamiami Trail om naar Shark Valley/Everglades National park te gaan. Daarbij komen we langs het vliegveld; en daar zit ook een National met in elk geval veel meer keus aan auto’s dan hier. We gaan dus lekker omruilen!
Twintig minuten later zitten we met z’n vijven geheel relaxed en met $0 aan extra kosten prinsheerlijk in een acht persoons Chevrolet Traverse met méér dan voldoende been- en kofferruimte. Da’s veel beter!

In de zwarte Chevy cruisen we langzaam Miami uit, de Everglades in. Bij Shark Valley aangekomen hebben we de keus uit de tramtour of de fiets. Qua prijs maakt het bijna niet uit; even duur. En ‘duur’ is hier echt het juiste woord. Voor het tramritje vragen ze tegenwoordig $20 p.p. Vinden we best fors. Maar gezien de hoge temperaturen besluiten we toch om de tram maar te nemen, dan zitten we in elk geval beschut tegen de felle zon. De dames brengen een gezamenlijk bezoek aan een gat in de grond – wat hier ‘restroom’ wordt genoemd -. Linda vindt het maar niks, want het zit er ook helemaal vol met vliegen. Op een gegeven moment zegt ze zelfs ‘dadelijk vliegen ze m’n kont in ……..’. Jasper en PA3 zien ondertussen een waterslang en leggen deze vast!

De tram wordt bemand door een man en een vrouw. De man stuurt, de vrouw vertelt. Aan één stuk door…. Niet oninteressant, maar er is naar ons idee wel wat disbalans in hetgeen ze vertelt. Bomen & planten hebben haar interesse en vogels ook. De rest vindt ze minder interessant en daar vertelt ze ook weinig over. De match met de chauffeur is perfect, want die heeft hetzelfde. Ten eerste rijdt hij gewoon veel te hard; hierdoor kun je in het water nauwelijks iets spotten. En ten tweede stopt hij amper en heel kort voor de toch door ons gespotte alligators en vissen, en regelmatig lang voor struiken……. Net alsof hij en de vrouwelijke gids er van overtuigd zijn dat struiken heel hard weg kunnen lopen terwijl vissen en andere dieren met wortels in de grond vast zitten….

Dientengevolge zien we relatief weinig wildlife. In elk geval veel minder dan we hier bij vorige bezoeken zagen. Het blijft nu bij twee kleine alligators en wat struiken, tot de stop halverwege bij de uitkijktoren. Daar grijp ik m’n kans om beklag te doen bij meneer en mevrouw. Ik vraag dus vriendelijk waarom ze zo hard rijden, veel harder dan voorheen. Volgens de twee komt dat door het krappe tijdschema. En voor vissen en schildpadden stoppen ze niet…… Nou ja!
Vanuit de uitkijktoren zien we een grotere alligator en twee heel grote soft shell turtles (schildpadden met een week, zacht schild). Weer terug bij de tram zien we op de terugweg nog zegge en schrijve één alligator, verder niks. Naar nu blijkt zijn chauffeur en gids man en vrouw. Da’s voor ons geen verrassing; beide zijn liefhebbers van struiken & bomen en hebben een hekel aan vissen & schildpadden. Wel vertellen ze nog een interessant verhaal: sinds er jaren geleden - per toeval of met opzet – Burmese pythons zijn vrij gelaten in de Everglades, schijnt 99% (!) van alle zoogdieren te zijn verdwenen. Dus 99% van de vossen, 99% van de konijnen, 99% van de ratten, 99% van de bobcats, 99% etc, zijn weg, verschwunden, verdwenen, gone! De python wordt hiervoor verantwoordelijk gehouden en word daarom als uitheemse diersoort bejaagd. Vraag is of ze in dit enorme gebied voldoende in staat zijn om deze indringers te decimeren. Behalve zoogdieren eten de pythons natuurlijk ook schildpadden, andere reptielen en zelfs alligators! De strijd tussen python en alligator wordt voornamelijk beslist op basis van de grootte. Is het toevallig een grote python (ze kunnen wel 8 meter lang worden!) tegen een kleinere alligator, dan wint de python. En andersom. Er zijn al pythons gevonden met welpen van de Florida Panther en zelfs één met een volwassen hert in de maag! Op internet circuleert ook al geruime tijd een foto van een zeer grote python die een grote alligator had baas gemaakt en die – de capaciteit van zijn maag overschattende – uit elkaar is gespat. Speciaal voor de liefhebbers:

Als we terug zijn bij de parkeerplaats krijgt Linda weer last van duizeligheid. Samen met Anja zoekt ze even de koelte van de auto met airco op en neemt ze wat te eten en drinken. Ellen, Jasper en PA3 lopen nog een stukje langs het water en spotten daarbij toch het nodige wildlife. Gezien worden o.a. een mooie reiger, jonge alligatortjes en vissen. Onder de vissen bevinden zich onder meer grote gepen en zeer grote Tilapia’s Mossambicum. Jasper spot vlakbij een red bellied turtle die geheel begroeid is met mos. Het beest ligt lekker met z’n kop boven water, maar heeft duidelijk niet gerekend op onze STI (Steve – Turtle – Irwin) in de vorm van PA3. Met een snelle armbeweging wordt de schildpad uit het water gevist. Andersom kan overigens niet; ik heb nog nooit een vis uit het water geschildpad…… De schildpad spartelt helemaal niet tegen en laat zich rustig bekijken en betasten. Na de handtastelijkheden laten we hem (het is een mannetje, herkenbaar aan de erg lange nagels aan de voorpoten) natuurlijk weer rustig vrij.

Als we goed en wel wegrijden hebben we allemaal honger. Dus rijden we niet eerst de onverharde loop road, waar natuurlijk 24 mijl lang niets te vinden is waar je kunt eten, maar rijden we verder westwaarts over Tamiami Trail. Helaas duurt het hier ook erg lang voordat we een eettentje gevonden hebben. En wat voor eentje! Vooraf had ik al gelezen over Joanie’s Blue Crab Café, en eenmaal binnen voldoet het aan de verwachting. Een donkere tent, geen airco maar allemaal fans aan het plafond en een zootje ongeregeld. Het zit bommetje vol. We gaan even op het terras zitten en al snel komt Joanie ons vertellen dat als we een snelle hap willen, ‘it aint gonna happen today’. Tja, wat dan? Kort overleggen we en besluiten door te rijden naar het Westen. Binnen hier en zo’n 5 mijl moeten we een noord zuid verbinding kruisen en daar zit – dat weet ik nog van vorige bezoeken - een groot tankstation. En iedereen weet dat een groot tankstation in Amerika altijd ook een eet cq vreetgelegenheid inhoudt. Zo ook nu. Een inpandige Subway vult onze magen. Vanaf de Subway keren we weer om, terug naar het Oosten. We fotograferen ‘the USA’s smallest post office’, en rijden dan door naar de Loop Raod, die we dit keer – voor het eerst - van Oost naar West rijden in plaats van andersom.

In vergelijking met andere jaren is het best druk op de Loop Road. Op het hele stuk van zo’n 24 mijl komen we denk ik wel zo’n 10 auto’s tegen. En dat is gewoon veel. De conditie van de weg is echter prima, ondanks de vele regen die de afgelopen weken gevallen is. We zien op diverse plaatsen alligators, zowel in het water als langs de kant van de weg.


In het water zien we ook diverse grote vissen, waaronder de ook in mijn aquarium rond zwemmende Nandopsis Festae en Nandopsis Uropthalmus; prachtige beesten. Op een gegeven moment staan Jasper en ik langs het water als er plotseling liefst drie medium size alligators aan komen zwemmen. Het is alsof je in Nederland aan de plaatselijke vijver de eendjes gaat voeren. Je gaat staan, ziet niks, wacht even, roept ‘poele poele poele’en dan komen ze. Het is echt overduidelijk, deze beesten zijn eraan gewend dat ze door voorbijgangers gevoerd worden. Alhoewel dit behoorlijk strafbaar is in Florida gebeurt het dus toch. Het lijkt op zo’n afgelegen plek als deze ook behoorlijk onvermijdelijk. Ik twijfel nog even; ‘zal ik die Oijense onverlaat die het met m’n dochter heeft opofferen aan de gators? Zal ie dat megecool vinden?’. Maar ik houd me in. We stappen in en rijden verder.

Nog voordat we het einde van de Loop Road bereiken zien we een grote reiger langs de kant en even later een groot ‘iets’ dat op de weg ligt. Wat is dat nou weer? Ik stop de auto en pak de verrekijker. Je gelooft het nooit: het is een grote uil die met z’n vleugels uitgespreid midden op de weg ligt. Zou die dood zijn? Of gewond? Als we dichterbij komen draait ie z’n kop een uilachtige manier rond, staat op en vliegt weg……… Alsof ’t ie hier altijd midden op de weg z’n vleugels te ruste legt.

Aan het einde van de Loop Road schieten we nog een plaatje van het oude tankstation en dan gaan we weer terug naar het Westen, naar Naples.

Omdat we alle CD’s inmiddels een keer de revue hebben horen passeren in de auto, is het nu de beurt aan de meuk van Jasper. AC/DC, andere hardrock en zelfs Duits kattengejank begeleiden ons verder naar de Taco Bell in Naples, alwaar de lekkerste burrito’s en taco’s slechts met moeite onze smaakpapillen positief genoeg kunnen laden om de negatieve ervaring op onze trommelvliezen te kunnen compenseren. Daarna checken we in bij het Hilton, hetgeen lekker vlotjes en vriendelijk gaat. Één nadeel: het zwembad is closed for renovation. Maar niet getreurd: one block away ligt het Waldorf Astoria, en daar mogen we van de pool gebruik maken. Lekkerrrrrrrrrr……






















































































